Het platteland is niet zo idyllisch als je denkt
Als je het platteland googelt, krijg je vooral zonsondergangen. Houten hekken. Kippen die gezellig rondscharrelen. Kinderen op blote voeten in het gras. Het is altijd augustus, altijd goud licht, altijd rustig. Alsof het buitengebied één grote vakantiefolder is.
Van een afstand ziet het er perfect uit. Ruimte, lucht, stilte. Geen files, geen sirenes, geen buren drie hoog boven je die ’s nachts besluiten te stofzuigen. Het idee dat je leven automatisch eenvoudiger wordt zodra je de stad uitrijdt. Minder drukte, dus minder gedoe. Dat lijkt logisch. Dit romantische beeld zie je overal terug. Grappig genoeg schreef ik hier eerder ook al iets over voor Huislijn.
Alleen: een dorp is geen decor. Het is gewoon een plek waar mensen wonen, werken, rommel maken en hun leven leiden. Net als in de stad, maar dan met meer modder en minder winkels.
Toch blijven we het romantiseren. Misschien omdat we verlangen naar overzicht. Naar langzamer. Naar iets dat voelt als vroeger, ook al hebben we dat “vroeger” vaak zelf nooit zo gekend. Het platteland wordt dan een soort oplossing voor alles. Alsof je erheen verhuist en je hoofd vanzelf stil wordt.
Dat is een hardnekkige gedachte.
Mijn man heeft dat hele romantische beeld trouwens niet eens. Voor hem is het gewoon thuis. Gewoon het dorp. Hij wist allang dat er ook gewoon trekkers rijden, dingen stukgaan en dat kippen vooral veel werk zijn.
Achteraf denk ik dat het platteland niet romantisch is, maar gewoon eerlijk. Je ziet beter wat er gebeurt. De seizoenen, het werk, de mensen om je heen. Dat kan prachtig zijn, maar ook gewoon… alledaags. En dat laatste zie je niet op Instagram.
Een eerlijk verhaal van “idylle” naar “dit is het echte leven, met alles erop en eraan”, beschrijf ik uitgebreider in Van stad naar platteland – over integreren tussen noabers, kippen en dorpslogica. Daar kan ik het verhaal wat minder netjes houden dan hier.
